Kerstshoppen – wat niet weet, wat niet deert


“Zo. Jij had het kaartje voor de parkeergarage in je tas, toch schat? Fijn dat we geslaagd zijn hè?”

“Ja, ik heb hem hoor, maarre… Ik wilde graag nog even bij De Bijenkorf naar binnen wippen. Misschien hebben ze daar die panty voor bij dat jurkje en ik wilde nog iets voor mijn moeder kopen.”

“We hebben toch al voor iedereen een kleinigheidje? Moeten we voor jouw moeder weer iets extra’s doen?”

“Gewoon, nog een parfummetje, of zo. Mijn moeder past wel elke week op.”

“Een parfummetje?! Dat kun je wel zo noemen, maar dat kost toch gauw weer een eurootje of tachtig! We hadden volgens mij afgesproken dat we niet te gek zouden doen dit jaar.”

“Te gek?! Noem je een parfummetje te gek?! Stel je voor dat we de opvang zouden moeten betalen voor die dagen. Dat zou pas te gek zijn! Dus doe nou ff niet zo moeilijk, schat. Hier ruik eens… Is dat wat? Dan geef ik het wel van tevoren, weet jouw moeder er niks van. Wat niet weet, wat niet deert, toch?”

“Ja, nou wordt ‘ie helemaal mooi… Zeker net zoals jij denkt dat ik het niet weet van die laarzen die helemaal niet in de uitverkoop waren! Weet je, koop lekker een parfummetje. Ga ik aan de overkant even voor mij kijken.”

“Voor jou? Waar dan?”

“Bij de Mediamarkt.”

“Bij de Mediamarkt?! Je gaat toch zeker niet weer een of andere totaal overbodige gadget kopen?!”

“Weet ik niet …”

“Ja ja, dat ‘weet-ik-niet’ van jou, ken ik. Zeg eens…! Jij zei zelf dat we niet te gek zouden doen… Schat…?”

“Ach lief, maak je niet zo druk. Wat niet weet, wat  niet deert, toch?”